“Doe maar wat Hij u zeggen zal” (zie Joh 2, 5)

Gesproken getuigenis

Luc Van Hilst, pastoor van Scherpenheuvel  ⋅  Elke dag opnieuw ontvang ik de genade en het geluk om als priester veel te kunnen betekenen voor mensen, om zieken te mogen ontvangen, om diepe gesprekken te kunnen aangaan. Maar ik krijg ook de kans om de sacramenten sterk te beleven, zoals het sacrament van de verzoening, waar mensen de barmhartige liefde van Christus door hun hart voelen stromen. Dat alles is een genade, een geschenk dat ik zomaar gekregen heb.

Ik voelde dat Christus iets met mij van plan was. Ik zag in dat het er niet meer toedeed wat ik kon, wat ik wou of wat ik deed, maar dat het met Hem begint, dat de roeping vanuit Christus vertrekt. Ik moest klein worden opdat Hij groter zou worden. Christus klopte aan en ik heb de deur opengedaan. Ik heb “ja” gezegd en mij opengesteld voor Hem, zodat zijn liefde in mij kon binnendringen. De overgave aan Hem is een groeiproces, net zoals het jawoord dat twee mensen aan elkaar geven nog niet compleet is wanneer het uitgesproken is. De liefde in een relatie kan groeien totdat het “ik” niet meer centraal staat en het één jawoord wordt. Ik voel dat ik mag groeien en ik verlang ernaar om helemaal van Hem te zijn. Niet een stukje, maar helemaal. En de rest doet Hij. Hij tilt mij boven mijn eigen beperkingen uit. Ik moet niet alles kunnen, want Hij handelt door mij en ik ben zijn instrument.

Ooit vertelde een priester mij dat hij vóór een moeilijk huisbezoek aan Christus vroeg: “Heer, ga eerst binnen, ik kom daarna”. Nog steeds ervaar ik een diepe vreugde en verwondering over de mooie dingen die gebeuren als ik Christus eerst laat handelen.
In ontmoetingen met mensen ben ik het niet die spreekt, maar Hij. Ik doe mijn mond open en Hij legt de woorden erin. In de eucharistie ben ik het niet die handelt, maar het is Christus. Mensen bedanken niet mij, maar Hem. Dat zijn voor mij eenvoudige, maar tegelijk ook buitengewone ervaringen van rust en vrede, waarin de liefde van Christus bevestigd wordt.

En mijn roeping gaat voort. Christus nodigt mij en anderen nog altijd uit om naar het diepe te varen. “Liefelijk lokt mij zijn wenkende stem”, nog altijd…